Madeleine

Madeleine en haar pikzwart bos

vleit zich dagenlang in ’t mos

 

Al langs haar bleke brede heupen

klimt klimop de hoogte in, wat verder wilde varens en witte kleine bloemetjes

Tot aan de richel van haar kin

 

Ze telt van verre al haar tenen

glimlacht zacht bij ’t voelen van een keverke

Dat kietelen door haar vacht